Werken bij Caesar Experts: Ed Luijendijk

In Werken bij Caesar Experts vragen we diverse mensen uit ons team naar hun werk. Vandaag is Ed Luijendijk aan de beurt! Ed is al bijna 15 jaar werkzaam bij Caesar Experts. Hij heeft opdrachten gedaan bij een aantal grote klanten en is daarnaast een tijd lid geweest van de OR. Op dit moment ondersteunt Ed bij verzekeraar a.s.r. in een groot conversieproject.

Ed: “In maart 2018 ben ik bij a.s.r. gestart. Er liep al een project waarin er in een aantal fasen de polissen uit de oude mainframesystemen worden geconverteerd naar een moderne SaaS-oplossing. Ik werk in het tienkoppige centrale conversieteam als business informatie consultant (BIC). Met mijn collega’s ben ik de motor van het project, ik zorg ervoor dat alles rondom de conversie in beeld is, dat de werkzaamheden worden geconcretiseerd en natuurlijk ook dat ze op tijd gereed zijn. Inmiddels hebben we fase 2 succesvol afgerond, we zitten nu midden in fase 3, daarin wordt de laatste grote pluk polissen overgebracht naar het nieuwe systeem.”

Manusje-van-alles

In dit project heeft Ed contact met alle lagen van de organisatie. De ene dag spreekt hij de stuurgroep toe over strategische stappen, de dag erop gaat hij in gesprek met de acceptanten (verzekeringsbeheerders) om een oplossing te vinden voor bepaalde afwijkende polissen en daarna overlegt hij met de leverancier van de SaaS-oplossing om die oplossing te vertalen naar de techniek.

Ed: “Ik vind de opdracht waarin ik nu zit vooral leuk omdat ik voortdurend met nieuwe aspecten word geconfronteerd, me daar snel in moet verdiepen en dan de vertaalslag ga maken van dat aspect naar ons centrale project. Ik heb met de volledige keten binnen a.s.r. te maken: Acceptatie, Product Management, Applicatief Beheer, de financiële kolom, Datawarehouse, Extranet en ga zo maar door. Daarnaast is er natuurlijk nog de leverancier. Naast het centrale project draaien een half dozijn nevenprojecten waarbij ik ook regelmatig word betrokken.”

Trots op zijn werk

Ed is bijzonder trots op hoe hij mag optreden als regievoerder tijdens de generale repetities en de uitvoering van conversie fase 2. Het was een spannende operatie waar hij als spin in het web de vele betrokken partijen aanstuurde, de go/no-go’s aan de stuurgroep voorlegde en daarnaast de uiterst nieuwsgierige organisatie regelmatig voorzag van updates. Bij de onvermijdelijke onvoorziene problemen functioneerde Ed als centraal contactpersoon en uiteindelijk is fase 2 van het project succesvol neer gezet.

Ed: “We zitten nu midden in fase 3. Dit is de laatste fase waarin externen worden betrokken. Na de livegang van fase 3 zal ik nog enige weken nazorg verlenen en daarna is mijn inzet bij a.s.r. waarschijnlijk afgerond. In de aanloop daarnaartoe ga ik met mijn collega’s bij Caesar op zoek naar een nieuwe passende opdracht. Dat is het leuke aan detachering: je kunt bij zoveel verschillende organisaties binnenkijken zonder dat je een heel sollicitatieproces door moet lopen.”

Ed’s hoogtepunt van de 15 jaar dat hij bij Caesar werkt, is voor hem de periode dat hij in de ondernemingsraad zat. Ed: “We hebben als serieuze gesprekspartner kritisch meegedacht met de organisatorische wijzigingen die werden voorgesteld. Daardoor hebben we een aantal oplossingen kunnen laten doorvoeren, die in onze ogen het succes van de wijzigingen hebben vergroot. Indirect werden hierdoor de belangen van de medewerkers gediend.”

Wil jij ook graag binnenkijken bij verschillende organisaties zonder dat je continu een nieuwe baan moet zoeken? Dan is Caesar Experts de plek voor jou!  Onze vacatures vind je hier.

Het IKEA-concept: de veranderde rol van het integratieplatform

IKEA, vele lopen weg met hun meubels. Althans, met het bouwpakket… Ze lopen er mee weg, zowel letterlijk als figuurlijk. Anderen vinden het juist vreselijk. Maar zelfs vele ‘haters’ die shortcuts in de showroom nemen, hebben bewondering voor het IKEA-concept. Maar wat is het IKEA-concept? En wat heeft dit met data-integratie te maken?

Economieles

Misschien kennen sommige het nog van economieles; de drie strategieën van Porter. Dit zijn verschillende manieren waarmee bedrijven competitief kunnen zijn in de markt. Dit kan op kosten, differentiatie (bijvoorbeeld door goede service/kwaliteit) of focus.

IKEA’s concept valt moeilijk onder één van de drie te plaatsen. Het wil scherpe prijzen bieden, maar tegelijkertijd ook design, kwaliteit en service. IKEA heeft wellicht niet de allerhoogste kwaliteit, maar het kan zich bij hoge omzetten eenvoudigweg niet permitteren als bijvoorbeeld alle keukenkastjes het snel begeven.

IKEA zelf spreekt van “een breed scala aan goed ontworpen, functionele woninginrichtingsproducten aanbieden, tegen prijzen die zo laag zijn dat zoveel mogelijk mensen ze kunnen betalen.”

Maar zoals op alle bedrijfswebsites is dat weinigzeggend. Meer heb je aan dit artikel op Frankwatching.

Bij IKEA gaat het dus niet alleen om kosten en service, maar vooral om de psychologie van de klant en hoe je die een totaalervaring geeft.

Als je zoals in het artikel naar deze ervaring kijkt, blijkt dat alles en dan echt ook alles doordacht is. Van het softijs tot de IKEA-tas (lekker groot) en van Småland tot de Zweedse gehaktballetjes. IKEA blijft steeds verder aan zijn concept schaven, want klanten zijn natuurlijk niet gek.

Verschillende concepten

Een aantal unieke aspecten van IKEA concept zijn een showroom waar volledige woon- of slaapkamers staan opgesteld. Klanten kunnen even lekker zitten, liggen, keuken kastjes open en dicht zetten zonder dat er een verkoper in de nek hijgt. Vervolgens kan je aan het einde de gewenste item gelijk meenemen en thuis zelf in elkaar zetten. En in elkaar zetten is dan ook echt makkelijk.

IKEA is natuurlijk niet alleen op de markt, ze concurreren met meer traditionele concepten. Deze sluiten vaak dichter aan bij Porters strategieën. Bijvoorbeeld een meubelzaak die hoge kwaliteit meubelen levert, samen met de klant de inrichting ontwerpt en deze thuis aflevert en installeert. Denk aan Eijerkamp. Zij gaan uit van een differentiatie strategie.

Aan de andere kant van het spectrum staan de Doe-Het-Zelf zaken. Hornbach wil bijvoorbeeld scherpe prijzen en laat de klant zelf alles bouwen precies zoals die zelf wilt. De klant, als hij of zij de vaardigheden bezit, kan alles op maat maken precies zoals hij of zij voor ogen heeft en is dan uiteindelijk het goedkoopste uit.

Traditionele integratie markt

Wat heeft het hele verhaal over meubelconcepten nu in godsnaam met data-integratie te maken? Eigenlijk heel veel. In deze markt zie je dat traditioneel dezelfde strategiën worden gevolgd als bij Porter, maar dat er nieuwe IKEA-achtige concepten in opkomst zijn.

De allereerste integratieproducten in de jaren negentig zaten met name in de differentiatie hoek. Zij wilden zich onderscheiden van applicatie producten met diens beperkte integratiemogelijkheden. Centraal kwam middleware te staan.

De verkoop ging nog heel traditioneel. De leverancier kwam bij de klant een demonstratie geven van de belangrijkste functionaliteit. Was de klant geinteresseerd dan ging het vervolgens in gesprek over hoe die de software wilde inzetten. Door sales technici werd vervolgens een implementatieplan voor de inrichting uitgewerkt.

Doel van een nieuwe inrichting was het scheiden van de applicatielaag van de integratielaag. Dit had weer het doel om data barrièrevrij en betrouwbaar door de organisatie te laten lopen. Zulke integraties draaien op het integratie platform. De integratielaag is dus een verzameling van integraties boven op dit platform.

Om een integratie platform door een organisatie in te zetten is er natuurlijk wel software nodig. Eind jaren negentig zijn de meeste integratiepakketten ontstaan. Zij bundelden meerdere integratiefuncties in één suite.

Een integratiefunctie kan bijvoorbeeld “transport” door middel van een broker zijn of “integration patterns” via een ESB. Wanneer een integratiefunctie is geïmplementeerd in een integratieplatform wordt op organisatieniveau ook wel van integratie capabilities gesproken.

Tot deze nieuwe software op de markt kwamen waren de meeste koppelingen point-to-point met behulp van scripts, adapters, of andere programmatuur. Er werd vooral rechtstreeks vanuit code gewerkt. Eigenlijk net zoals er nu nog veel maatwerk applicaties worden ontwikkeld.

Een traditioneel platform

Omdat er steeds meer applicaties en integraties ontstonden werd er gezocht naar een snellere en meer uniforme manier om te koppelen. Allereerst ontstonden dus de ESB’s (Enterprise Services Bus). In het eerst decenium van deze eeuw werden ze mateloos populair. Bij een ESB verwerken 1 of meerde services de data en vormen samen de integratie. Dit kunnen bijvoorbeeld een mapping, routing of filter service zijn.

Op een ESB zijn services zoveel mogelijk herbruikbaar en configureerbaar. Ook werd het in de meeste software mogelijk om zelf services in code te schrijven (custom services). Vrijwel alle ESB’s, zoals Tibco, Sonic, Websphere, Webmethods en Oracle Fusion, zijn Java gebaseerd. BizTalk (.Net) en InterSystems (C) zijn enkele van de uitzonderingen.

De ESB software werd vaak uitgebreid met een broker die als transportlaag fungeerde. Later werden SOAP services, API’s, Connectors etc. ook door de pakketten ondersteund. Zo kregen deze integration suites steeds meer modules (capabilities).

Een traditioneel integratieplatform is gebaseerd op een zogenoemde integratie suite (soms hier en daar nog wat aangevuld met wat maatwerk en tools). Zo’n suite bundelt meerdere producten samen. Doordat deze integration suites steeds meer capabilities kregen zijn deze pakketten steeds zwaarder, duurder en complexer geworden. Bij enterprise organisaties zijn desondanks redelijk wat succesvolle implementaties geweest, maar andere organisaties vermeden deze pakketten daarom.

Samengevat bouwden software vendors op basis van code (meestal Java) integratie modules die samen een integration suite vormen. Partners van de leveranciers en klanten maakten hier een integratie platform van. Daarop bouwden en draaien klanten de integraties.

Open source integratieplatform

De complexiteit, kennis en kosten zijn in de loop van de jaren een steeds groter issue geworden. Een ander nadeel van integratiepakketten is dat de softwareleveranciers soms lastig de technologische ontwikkelingen kunnen bijbenen. Dus wellicht zijn de queueing broker en ESB capabilities sterk ontwikkelt, maar API en streaming broker niet (of andersom).

Veel tech-reuzen hebben daarom niet gekozen voor integratiesuites, maar hebben zelf tooling en frameworks ontwikkeld. Bijvoorbeeld de volgende brokers:

  • Kafka (Oorspronkelijk ontwikkelt bij LinkedIn)
  • Pulsar (Oorspronkelijk ontwikkelt bij Yahoo)
  • ActiveMQ (Oorspronkelijk ontwikkelt bij Fuse/Red Hat)
  • RocketMQ (Oorspronkelijk ontwikkelt bij Ali Baba)
  • TubeMQ (Oorspronkelijk ontwikkelt bij Tencent)

Vaak zijn deze software tools en frameworks moderner en geavanceerder dan de modules in de software suites. Veel van deze initiatieven zijn overgegaan naar open source projecten. Alle 5 genoemde brokers vallen bijvoorbeeld tegenwoordig onder de Apache Foundation. Hiermee zijn deze open source tools en framework breed toegankelijk geworden.

Open source stichtingen als de Apache Foundation, the Eclipse Foundation en Linux Foundation zijn de bouwmarkten van de digitale wereld geworden. Dezelfde reserveringen voor Doe-Het-Zelf projecten gelden hier dan ook. Degene die de keuzes maakt, het integratie platform samenstelt en de integraties ontwikkelt moet echt weten wat hij doet. Anders krijg je al snel halve oplossingen voor het programma “Help, mijn man is IT’er?”.

In de software laag is de integratie suite daarbij vervangen door open source integratie tools en frameworks. Als je het goed doet bieden deze open source software ook veel mogelijkheden. Bedrijven zijn vrij om zelf de tools en frameworks te kiezen in plaats van een hele suite bij één leverancier. Als er iets niet werkt, kunnen ze hetzij volledig zelfstandig, hetzij in samenwerking met het upstream project een patch indienen.

Verschillende bedrijven zoals Red Hat hebben gekozen verschillende Apache Projecten te bundelen en commercieel beschikbaar te stellen. Red Hat Fuse bestaat bijvoorbeeld uit:

  • Apache Camel (ESB Framework)
  • Apache ActiveMQ (Broker)
  • Apache CXF (Webservices)

Red Hat garandeert dat de versies goed met elkaar werken en biedt regelmatig patches aan. Daarnaast bieden ze support en trainingen.

Doordat er voor elke integratie capability een ander open source tool of framework wordt gebruikt, kan de integratielaag makkelijker evalueren. Als bijvoorbeeld de broker verouderd is dan wissel je die om, maar laat je andere capabilities intact.

Moderne integratie teams

Moderne integratieteams, die traditioneel zowel de integraties leveren als het platform opstellen, hebben tegenwoordig te maken met:

  • Opbouw van het integratieplatform op basis van meerdere frameworks en tools (in plaats van 1 suite)
  • Het integratieplatform wordt verwacht dichter bij de business te staan.

Het eerste is vooral low-level, terwijl de tweede vooral low-code is. Het is een enorme uitdaging om beide dichter bij elkaar te brengen. Dus EN een goed platform op te zetten EN veel integraties op te leveren.

Traditioneel moesten integratiespecialisten al relatief veel tijd besteden aan het opzetten/schalen/onderhouden van het platform. Doordat er tegenwoordig een veeltal open source tools, frameworks en cloud services worden gebruikt, is dit nog moeilijker geworden.

De open source projecten bieden dus wel heel krachtige en flexibele software, maar het is lastiger hier één platform van te maken. De management tooling die wordt aangeboden is daarnaast vaak zeer beperkt en zeer technisch van insteek.

Aan de andere kant wordt er verwacht dat er sneller integraties kunnen worden opgeleverd, en dat andere teams ook meer zelf op het integratie platform kunnen doen. Dit levert een spagaat op voor veel integratieteams die aan de ene kant een stabiel en betrouwbaar platform willen leveren met voldoende capabilities, evenals ook snel en flexibel nieuwe integraties te kunnen opleveren.

Hybride Integration platform

Open source biedt dus een uitstekende basis voor een goed integratie platform. Het is echter lastig om een hybride integratie platform te maken die in de verschillende capabilities voorziet.

Daarom is er niet alleen een beweging, zoals Red Hat doet om open source tooling en frameworks te bundelen, maar om het integratie platform makkelijker samen te stellen en hier eenvoudiger integraties op te kunnen maken.

De showroom van dit concept is de cloud. In plaats dat je met verkopers en consultants gaat spreken of zelf in elkaar zet, kan je in de cloud verschillende trials van integratie functies uitproberen. Zo kan je verschillende brokers met elkaar vergelijken en uitproberen welke bij je past. Het idee is ook dat je precies betaalt zoveel als je nodig hebt (Pay by use).

De verschillende integratie capabilities worden dus niet als één suite gekocht, maar als aparte modules gekozen. Deze kunnen zowel technologisch als van leverancier van elkaar verschillen. Alle zijn direct door de eindgebruiker zelf te gebruiken. Een concept die sterk lijkt op die van IKEA!

Een voorbeeld integratieplatform á la IKEA:

De broker en iPaas staan gewoonlijk alleen in de cloud, terwijl de gateways ook On Premisse kunnen staan.

Helaas moet gezegd worden dat Cloud vrijwel een net zo’n groot labyrinth vormt als IKEA zelf. De route en welke kosten erbij komen zijn serieuze valkuilen. Net als bij IKEA is het gevaar dat je met veel meer en heel andere dingen de showroom uitloopt als je oorspronkelijk van plan was. Daarnaast gaat het hybride platform niet alleen over de cloud, maar juist ook om cloud en on premisse met elkaar te verbinden.

Een extra laag

Ten slotte is er ook nog de ontwikkeling ontstaan dat ontwikkelaar en andere IT’ers met deze tools zelf integraties kunnen bouwen. AmazonMQ, wat gebaseerd is op de open source broker ActiveMQ, biedt niet alleen het voordeel dat het gehost wordt, maar ook dat er middelen voor de configuratie en security van de broker beschikbaar zijn.

In sommige gevallen wordt bovenop open source frameworks een heel low-code integratieplatform gebouwd. Meestal vermarkt als iPaas, integration Platform as a service. Voorbeelden van iPaas producten zijn Dell Boomi, Red Hat Fuse Online (Syndesis) en Dovetail. Laatste twee zijn gebaseerd op Apache Camel, Apache ActiveMQ en andere open source technologiën.

Deze zogenoemde iPaas (integration Platform as a Service) richten zich voornamelijk op de ESB functionaliteit, terwijl bijvoorbeeld Azure Service Bus, Amazon SQS of AmazonMQ zich op de broker functionaliteit richten. Voor al deze cloud diensten geldt dat ze gebaseerd zijn op open source frameworks en tools.

Doordat integraties in deze low-code tools in de browser ontwikkeld worden, is de developer flow ook anders. En omdat deze eenvoudiger te integreren zijn, wordt ook wel niet meer gesproken over system integrators, maar over citizen integrators. Overeenkomstig met citizens developers bij low-code platforms.

De oude en de nieuwe developer workflow:

Boven is de oude workflow om integraties te ontwikkelen. De developer installeerde de “Developer version” van een integratie suite op zijn laptop. Deze bestond vaak uit een Eclipse IDE met een plugin voor de ontwikkeling van de integraties voor die suite.

De integraties werden vervolgens op de laptop ontwikkeld en getest. Daarna werden deze gepushed naar een version control system (bijv. Subversion of Git) en gebouwd door een build server (bijv. Jenkins). Tenslotte werden ze gedeployed op de integratieserver.

In de nieuwe workflow loggen ontwikkelaars (de zogenoemde citizens integrators) direct in via de browser. Daar maken ze de integratie en deployen deze met één druk op de knop. Op de achtergrond is vaak nog een soortgelijke flow als de traditionele aan het werk, maar deze is geabstraheert van de ontwikkelaars.

Uitgang

De nieuwe wijze van het samenstellen van het integratieplatform heeft tot een nieuw concept geleid. Er is een extra laag bijgekomen, die voor hosting en management zorgen:

Een echt hybride integratie platform combineert deze lagen zodat alle capabilities beschikbaar en eenvoudig benaderbaar zijn. Samengevat vormen open source, cloud en low-code een nieuwe manier voor organisaties om een integratie platform te bouwen.

Raymond Meester

Raymond Meester

Integration Consultant & DevOps

+31 (0) 88 240 6872
r.meester@caesarexperts.nl

Innovatie via VR @ Caesar

Deze week werd bekend dat Facebook al zijn personeelsleden de VR-Bril Oculus Quest 2 geeft. Op zich natuurlijk niet zo gek, gezien zij de makers van de Quest zijn en miljarden in de technologie investeren.

Facebook deed dit overigens in navolging van de Caesar Groep die al twee weken geleden al het personeel al een bril gaf. Dit typeert hoe Caesar innovatie bedrijft.

Bedrijven als Facebook, Microsoft en Google steken veel geld in R&D van nieuwe gebieden als AI, IOT, Cloud en VR. Vaak duurt het even voordat deze technologieën het zogenoemde “Plateau of Productivity” bereiken.

Een ICT-dienstverlener, zoals Caesar, zit hier in een dilemma. Er kan veel geïnvesteerd worden in een jonge technologie, maar de snelheid waarmee een technologie door de hype-cycle gaat is heel verschillend. Soms duurt het jaren, soms komt de techniek in een dal. Zodra een technologie in de “Slope of enlightenment” komt, moet je echter als dienstverlenende partij wel voldoende kennis hebben opgebouwd. Anders ben je te laat.

In de virtuele chaos

Bij Caesar gaat het opdoen en verkennen van nieuwe technologieën altijd heel ongedwongen. Het is namelijk helemaal niet nodig gebleken om van bovenaf nieuwe technologieën te introduceren. IT’ers hebben meestal een passie voor techniek en vinden het leuk om met nieuwe technologieën bezig te zijn.

VR is daar het goede voorbeeld van. Één dag voordat de eerste Oculus Quest uit kwam had ik die al binnen. Vervolgens de bril natuurlijk meegesleept naar het werk, waar verschillende collega’s die headset uitprobeerden. Meestal is er wel een wow-factor bij de eerste VR-ervaring, maar de meesten verbaasden zich ook hoe volwassen de technologie al was.

Bij het uitkomen van de Oculus Quest 2 schaften daarom al snel enkele andere collega’s de bril ook aan. Ivan Ho, innovatiemanager bij de Caesar Groep, was er een van en besloot dat het wel breder kon worden uitgezet. Eerst werd een VR-werkgroep opgericht. Per direct vergaderde deze werkgroep van 12 man in VR. (Wat uiteindelijk ontaarde in chaos).

Zo ervaren de professionals in de praktijk wat werkt en wat niet. Tegelijkertijd wordt er ook gekeken wat software ontwikkelen in VR inhoudt. Caesar werkt hier met verschillende Hogescholen, zoals Windesheim en Hogeschool Utrecht. Verschillende studenten leggen momenteel de laatste hand aan enkele VR-Games voor Caesar.

Next steps

De volgende stap was dat niet alleen de VR werkgroep, maar iedereen in het bedrijf de Oculus Bril kreeg. Typisch Caesariaans kon die worden opgehaald door een “Mario-Kart” parcours onder het bedrijfspand af te leggen. Uiteraard volledig Coronaproof.

Deze week hebben verschillende medewerkers hun kinderen en de bril meegenomen naar kantoor. Hier werden de VR-Games van de studenten door de kinderen getest:

Mijn zoon Milan test de nieuwe VR-Game van Caesar

Volgende week vergaderen we voor het eerst met het eigen team in AltSpaceVR. Hoe lang het duurt voordat VR bij bedrijven productief wordt ingezet is nog onzeker, maar Caesar heeft in elk geval de eerste stappen gezet.

Meer dan VR

Virtual Reality is slechts een van de vele voorbeelden van innovatie bij Caesar. Zo kan de receptie bij Caesar al jaren precies zien hoeveel plekken er bezet zijn op de eigen parkeerplaats. Studenten hebben indertijd sensoren in de parkeerplekken gemonteerd en er zelf software voor geschreven. Vaak worden deze projecten tijdens een innovatieavond, die ook open is voor klanten, gepresenteerd. De studenten die de app ontwikkelden werken overigens allemaal nog voor Caesar.

Ook mijn eigen open source project Assimbly is zo van de grond gekomen. Via het innovatiebudget is versie 1.0 samen met het Servisch bedrijf ElanWave gebouwd. Deze integratiesoftware is inmiddels al bij verschillende bedrijven in gebruik. Vorig jaar kwam al versie 3.0 uit.

Uiteraard gaat het bij innovatie altijd om risico’s, zo gaf Caesar ook een whitepaper uit over blockchain, maar is daar nog weinig tractie te zien onder klanten. De cloud innovatie op Microsoft Azure is daarentegen uitgegroeid tot een volwaardige unit binnen de Caesar groep. Ze opereren met zo’n 25 professionals onder de naam Cloud Republic.

Ook het Oracle team heeft inmiddels de smaak van cloud goed te pakken. Zo is er naast ontwikkeling in PL/SQL en Apex ook veel kennis opgebouwd voor migraties van Oracle databases naar de cloud.

Een richting die momenteel van innovatie overgaat in productiviteit is Low-Code. Caesar’s Cloud architect Dibran Mulder maakte hier al een uitgebreide pod-cast serie over. Het gaat over tools als Mendix, Outsystems, AuraQuantic en PowerBI. Maar goed, dat is weer voor een andere blog…